DichterbijSki

image1Op skies lijkt alles anders. Vooral op een brede, blauwe piste glijdt de dag onder je voorbij als een zoete droom. Elke beweging haakt in op de vorige, een patroon dat eenvoudig en moeiteloos herhaald wordt, zolang de piste zich in dezelfde richting voortbeweegt, beweeg jij mee. Sierlijk snijd je wendingen aan, verplaats je je gewicht steeds naar de bovenste ski, totdat de bocht zich aandient. Je veert even op, zet aan, glijd met de bergski om de dalski heen om een nieuwe gracieuze loop in te zetten. De wind suist om je oren, begeleid door het zachte zuchten van de sneeuw onder je lange latten. Soms zoeft er iemand langs, dan weer passeer je zelf een ander en wordt het geluid even syncopisch stereofonisch. Je davert langs een berghut. Flarden muziek proberen achter je aan te rennen. Maar jij gaat sneller, de tonen blijven verslagen liggen tegen de witte bergwand. Op skies lijkt alles anders. Als er al een gedachte ontstaat is-ie zo eenvoudig dat je haar niet probeert vast te houden, maar door je vingers laat glijden als een handje fijn zand. “Hier naar links!” denk je en daar ga je. “Even kijken!” denk je en dat doe je. Je schraapt jezelf tot stilstand bij een paal vol met pijlen. In de verte doezelt een dorpje onder de koude zon. Zolang je beweegt voel je haar warmte niet. Alleen het licht klatert tegen je spiegelende bril, die ervoor zorgt dat je niet stekeblind beneden aankomt. “Waar is iedereen?” denk je maar dat er niemand is, is een illusie. Er is NU even niemand. Ze suizen voor je, onder je, achter je en opzij van je. Net zo alleen en net zo verbonden met jou als jij met hen. Sssjjjjjjj gaan de latten. Je denkt dat je nooit meer iets anders hoeft te doen dan zonder kleerscheuren beneden komen. Want kleerscheuren liggen overal op de loer. Een steen onder het witte tapijt steekt zijn neus er even bovenuit. Het knerpt even onder je ski. De bocht is er eerder dan jij. Je hangt in de remmen, geen spoor meer van sierlijke balletdansjes, maar een knarsende locomotief ben je. Het stootblok binnen je gezichtsveld krijgt binnen no time de afmeting van een torenflat. Nog een laatste keer zet je aan, plant je dalski als een spade in de onwillige ijslaag. Je gaat harder naar beneden dan naar opzij. “Ppfff!” denk je en dat is het dan, “Pppfff!” Tot meer kom je die ochtend niet. Of hooguit kijk je verbaasd bij een korte stop naar de piek tegenover je. Scherpe contouren tegen een blauwere lucht dan je ooit zag. Minder atmosfeer, meer blauw, minder uitlaten, minder waterdamp. IJzig blauw. Op de foto, thuis, zie je het niet meer zo als toen. Je bril even omhoog geschoven, je ogen toegeknepen, behandschoende hand erboven. Wat een blauw! Je kijkt om je heen. Daarin sta je alleen. Niemand slaat acht op je. Waarom zou je ook, de bergski moet om de dalski heen draaien, een enkeling raast in Schuss recht naar beneden. Jaloers kijk je haar na. Maar niet lang. Ze is sneller weg dan jaloezie zich kan ontwikkelen en je hebt genoeg aan jezelf. Meer dan genoeg. Even hoor je Lucy in the Sky with Diamonds in je hoofd. Heel even maar. Zonder reden zweeft het links naar binnen en rechts weer naar buiten. Misschien hoort hij, achter me, het nu even. Maar misschien ook niet. Dichterbij jezelf kom je niet zo snel. Misschien alleen met kunst. DichterbijKunst in 2015. Proberen ga ik het. Al die andere 360 dagen.
Cees Oosterwijk

« »